Funk film met goede acteurs en een lekker tempo. De hoofdrolspeler speelt uiteindelijk mij, maar dan als ik geen kilo's skunk had gerookt tijdens de middelbare.
Props naar Bob voor de knowledge
Torrent:
http://btjunkie.org/torrent/Limitless-2011-R5-LiNE-XViD-IMAGiNE-NO-RAR/36704a9f3ef4575904d1a6bf3ab0d92f84a18e85bbca
maandag 6 juni 2011
woensdag 19 november 2008
ONDERZOEKSOPZET NR 2 (26-11-08)
Narratologen VS Ludologen
Inleiding
De gamecultuur is een begrip dat tegenwoordig niet meer weg te denken is uit onze samenleving. Het is een vorm van nieuwe media die vele gezichten kent. In de game-industrie wordt jaarlijks wereldwijd meer dan 25 miljard dollar omgezet en overtreft hiermee de filmindustrie (ook de Nederlandse game-industrie overtreft nu de vaderlandse filmindustrie !) en binnenkort zelfs de muziekindustrie, volgens diverse websites over gamestatistieken. De gamecultuur ontwikkelt zich razend snel en wetenschappelijk onderzoek hiernaar is dan ook van groot belang.
Bij het ontstaan van nieuwe, populaire media wordt in de wetenschap vanzelfsprekend gekeken naar de andere betrokken media, om zo de nieuwe media te kunnen begrijpen, te accepteren en er een beeld over te vormen. Oude mediaparadigma’s worden toegepast op nieuwe media ontwikkelingen. Ook de gamecultuur moet zich binnen dit discours een plaats toe eigenen en er kan gesteld worden dat in 2001 gamestudies een grote stap heeft gemaakt richting het verwerven van een erkende (wetenschappelijke) status. In dit jaar verscheen namelijk het eerste game studies magazine en vond het eerste videogame congres plaats in Kopenhagen. Inmiddels is er veel geschreven en gedebatteerd door wetenschappers over videogames. Vooral de mediumspecifieke eigenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Wat kan er bijvoorbeeld gezegd worden over narrativiteit en ruimte in een videogame? Kunnen deze begrippen onderzocht worden met theorieën uit de filmwetenschap of moet dit juist buiten beschouwing worden gelaten om zo game studies echt als aparte discipline te positioneren? Dit zijn enkele vragen die mij hebben gemotiveerd om hier onderzoek naar te gaan doen met een specifiek oogpunt op de reeds geschreven literatuur hierover.
Waarom een literatuuronderzoek en geen casusonderzoek ?
In mijn tot nu toe afgelegde studietraject heb ik voor het merendeel van mijn geschreven papers gebruik gemaakt van een (semiotische) casusstudie, met films of documentaires als onderwerp. Ja; een game zou nieuw casusmateriaal betekenen, nee; games zijn niets nieuw voor mij omdat ik zelf minimaal een gemiddeld zo niet bovengemiddeld ervaren gamer ben. Juist omdat deze cursus het enige vak is dat ik kan volgen dat specifiek over games gaat, lijkt het mij leuk om mij meer in de hierover geschreven materie te verdiepen. Zo ben ik dus uitgekomen bij een literatuuronderzoek, een onderzoekstype dat ik nog veel minder heb behandelt.
Vanuit mijn studie ben ik ervaren met het begrip narrativiteit, en het debat over of dit begrip wel of niet toepasbaar is op games (met als tegenhangers vooral mensen die een nieuw begrip zoals ludologie willen gebruiken), lijkt mij een prachtige verlenging en verdieping van mijn kennis over dit begrip. Zo zie ik dus de mogelijkheid om met deze paper mijn kennis over narrativiteit uit te breiden naar een voor mij nieuw onderzoeksgebied met zijn eigen specifieke medium als middelpunt.
Het onderzoek
In dit literatuuronderzoek beperk ik mij tot narrativiteit in videogames. Hier is in de afgelopen jaren genoeg over gepubliceerd om een gedetailleerde uiteenzetting te maken en zo een beter beeld te ontwikkelen betreffende dit onderwerp. Met name het debat tussen ludologen en narratologen (voor een deel het onderwerp van volgende week), waar ik graag dieper op in wil gaan, heeft een grote bijdrage hieraan geleverd.
In tegenstelling tot televisie, film en theater waarin de toeschouwer vaak een passieve rol heeft en het verhaal op zich af laat komen, heeft de speler van een videogame een actieve mogelijkheid om interactie, en dus invloed, te hebben met en op het verhaal. Dit zijn situaties die interessante vragen opwekken met betrekking tot narrativiteit in videogames. Mijn hoofdvraag luidt dan ook: “Hoe wordt er in diverse wetenschappelijke artikelen geschreven over narrativiteit in computergames?”
Methode
Ten eerste ga ik alle betrokken literatuur goed lezen en samenvatten. Dit zullen teksten zijn waarvan ik denk dat ze goed weergeven hoe en of narrativiteit functioneert in computergames. Vervolgens ga ik verschillende thema’s kiezen die dit onderwerp omvatten en de literatuur onderverdelen in categorieën die onder het hoofdstuk ‘theorie’ nader worden verklaart. Dit wordt gerepresenteerd in een structurele uiteenzetting, waarna ik vervolgens mijn eigen visie geef op narrativiteit in computergames reflecterend op de literatuur. Zoals al eerder is aangegeven, tracht ik een kwalitatief literatuuronderzoek uit te voeren. Hierin wil ik een soort samenvatting maken van alle belangrijke literatuur die interessante standpunten representeren binnen dit onderwerp.
Echter, door mijn eigen ervaring met verschillende games kan het natuurlijk zo zijn dat ik her en der ga inspringen met mijn eigen kennis over bepaalde games die relevant kunnen zijn voor het onderzoek. Hoewel het dus vooral een literatuuronderzoek zal zijn, denk ik dat het geen kwaad kan deze af en toe aan te vullen met mijn eigen ervaringen. Zo zal het dus een literatuuronderzoek zijn dat ondersteund wordt door een “jarenlang receptie-onderzoek”, namelijk mijn eigen game-ervaringen.
Theorie
Alle literatuur die wordt onderzocht, heeft betrekking op narrativiteitstheorieën in videogames. In de eerste instantie wordt er een vrij algemeen beeld geschetst van narrativiteit in videogames met behulp van artikelen die geen radicaal standpunt innemen binnen dit discours en dus eerst de situatie doen beschrijven. Hieruit moet blijken wat narrativiteit precies is en welke rol het speelt in ons dagelijks leven. Vervolgens wordt er beknopt weergegeven hoe de eerste ontwikkelingen van onderzoek naar narrativiteit in games zijn ontstaan en welke gevolgen dit teweeg heeft gebracht. Vanuit dit kader wordt er dieper ingaan op het debat tussen de ludologen en narratologen, dat centraal staat in dit onderzoek.
Mogelijke literatuur:
Eskelinen, M. The Gaming Situation.
Frasca, G. Videogames of the Oppressed
.
Jenkins, H. Game Design as Narrative Architecture.
Juul, J. Games Telling Stories? In Handbook of Computer Game Studies
Murray, Janet H. The Last Word on Ludology v Narratology
Neitzel, B. Narrativity in computergames. In Handbook of Computer Game Studies
Jenkins, H. Game Design as Narrative Architecture
Bordwell, D. & Thompson, K. Film Art: An Introduction
Inleiding
De gamecultuur is een begrip dat tegenwoordig niet meer weg te denken is uit onze samenleving. Het is een vorm van nieuwe media die vele gezichten kent. In de game-industrie wordt jaarlijks wereldwijd meer dan 25 miljard dollar omgezet en overtreft hiermee de filmindustrie (ook de Nederlandse game-industrie overtreft nu de vaderlandse filmindustrie !) en binnenkort zelfs de muziekindustrie, volgens diverse websites over gamestatistieken. De gamecultuur ontwikkelt zich razend snel en wetenschappelijk onderzoek hiernaar is dan ook van groot belang.
Bij het ontstaan van nieuwe, populaire media wordt in de wetenschap vanzelfsprekend gekeken naar de andere betrokken media, om zo de nieuwe media te kunnen begrijpen, te accepteren en er een beeld over te vormen. Oude mediaparadigma’s worden toegepast op nieuwe media ontwikkelingen. Ook de gamecultuur moet zich binnen dit discours een plaats toe eigenen en er kan gesteld worden dat in 2001 gamestudies een grote stap heeft gemaakt richting het verwerven van een erkende (wetenschappelijke) status. In dit jaar verscheen namelijk het eerste game studies magazine en vond het eerste videogame congres plaats in Kopenhagen. Inmiddels is er veel geschreven en gedebatteerd door wetenschappers over videogames. Vooral de mediumspecifieke eigenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Wat kan er bijvoorbeeld gezegd worden over narrativiteit en ruimte in een videogame? Kunnen deze begrippen onderzocht worden met theorieën uit de filmwetenschap of moet dit juist buiten beschouwing worden gelaten om zo game studies echt als aparte discipline te positioneren? Dit zijn enkele vragen die mij hebben gemotiveerd om hier onderzoek naar te gaan doen met een specifiek oogpunt op de reeds geschreven literatuur hierover.
Waarom een literatuuronderzoek en geen casusonderzoek ?
In mijn tot nu toe afgelegde studietraject heb ik voor het merendeel van mijn geschreven papers gebruik gemaakt van een (semiotische) casusstudie, met films of documentaires als onderwerp. Ja; een game zou nieuw casusmateriaal betekenen, nee; games zijn niets nieuw voor mij omdat ik zelf minimaal een gemiddeld zo niet bovengemiddeld ervaren gamer ben. Juist omdat deze cursus het enige vak is dat ik kan volgen dat specifiek over games gaat, lijkt het mij leuk om mij meer in de hierover geschreven materie te verdiepen. Zo ben ik dus uitgekomen bij een literatuuronderzoek, een onderzoekstype dat ik nog veel minder heb behandelt.
Vanuit mijn studie ben ik ervaren met het begrip narrativiteit, en het debat over of dit begrip wel of niet toepasbaar is op games (met als tegenhangers vooral mensen die een nieuw begrip zoals ludologie willen gebruiken), lijkt mij een prachtige verlenging en verdieping van mijn kennis over dit begrip. Zo zie ik dus de mogelijkheid om met deze paper mijn kennis over narrativiteit uit te breiden naar een voor mij nieuw onderzoeksgebied met zijn eigen specifieke medium als middelpunt.
Het onderzoek
In dit literatuuronderzoek beperk ik mij tot narrativiteit in videogames. Hier is in de afgelopen jaren genoeg over gepubliceerd om een gedetailleerde uiteenzetting te maken en zo een beter beeld te ontwikkelen betreffende dit onderwerp. Met name het debat tussen ludologen en narratologen (voor een deel het onderwerp van volgende week), waar ik graag dieper op in wil gaan, heeft een grote bijdrage hieraan geleverd.
In tegenstelling tot televisie, film en theater waarin de toeschouwer vaak een passieve rol heeft en het verhaal op zich af laat komen, heeft de speler van een videogame een actieve mogelijkheid om interactie, en dus invloed, te hebben met en op het verhaal. Dit zijn situaties die interessante vragen opwekken met betrekking tot narrativiteit in videogames. Mijn hoofdvraag luidt dan ook: “Hoe wordt er in diverse wetenschappelijke artikelen geschreven over narrativiteit in computergames?”
Methode
Ten eerste ga ik alle betrokken literatuur goed lezen en samenvatten. Dit zullen teksten zijn waarvan ik denk dat ze goed weergeven hoe en of narrativiteit functioneert in computergames. Vervolgens ga ik verschillende thema’s kiezen die dit onderwerp omvatten en de literatuur onderverdelen in categorieën die onder het hoofdstuk ‘theorie’ nader worden verklaart. Dit wordt gerepresenteerd in een structurele uiteenzetting, waarna ik vervolgens mijn eigen visie geef op narrativiteit in computergames reflecterend op de literatuur. Zoals al eerder is aangegeven, tracht ik een kwalitatief literatuuronderzoek uit te voeren. Hierin wil ik een soort samenvatting maken van alle belangrijke literatuur die interessante standpunten representeren binnen dit onderwerp.
Echter, door mijn eigen ervaring met verschillende games kan het natuurlijk zo zijn dat ik her en der ga inspringen met mijn eigen kennis over bepaalde games die relevant kunnen zijn voor het onderzoek. Hoewel het dus vooral een literatuuronderzoek zal zijn, denk ik dat het geen kwaad kan deze af en toe aan te vullen met mijn eigen ervaringen. Zo zal het dus een literatuuronderzoek zijn dat ondersteund wordt door een “jarenlang receptie-onderzoek”, namelijk mijn eigen game-ervaringen.
Theorie
Alle literatuur die wordt onderzocht, heeft betrekking op narrativiteitstheorieën in videogames. In de eerste instantie wordt er een vrij algemeen beeld geschetst van narrativiteit in videogames met behulp van artikelen die geen radicaal standpunt innemen binnen dit discours en dus eerst de situatie doen beschrijven. Hieruit moet blijken wat narrativiteit precies is en welke rol het speelt in ons dagelijks leven. Vervolgens wordt er beknopt weergegeven hoe de eerste ontwikkelingen van onderzoek naar narrativiteit in games zijn ontstaan en welke gevolgen dit teweeg heeft gebracht. Vanuit dit kader wordt er dieper ingaan op het debat tussen de ludologen en narratologen, dat centraal staat in dit onderzoek.
Mogelijke literatuur:
Eskelinen, M. The Gaming Situation.
Frasca, G. Videogames of the Oppressed
.
Jenkins, H. Game Design as Narrative Architecture.
Juul, J. Games Telling Stories? In Handbook of Computer Game Studies
Murray, Janet H. The Last Word on Ludology v Narratology
Neitzel, B. Narrativity in computergames. In Handbook of Computer Game Studies
Jenkins, H. Game Design as Narrative Architecture
Bordwell, D. & Thompson, K. Film Art: An Introduction
woensdag 12 november 2008
De verhouding tot games en gamecultuur van moi
De goede oude tijd, ja deze meneer was er bij. Geboren in Orwells jaar (het allesvernietigende 1984), en dus precies op tijd om de MS-DOS versie van Castle Wolfenstein en DOOM 1 te spelen op mijn o zo trouwe 486 computer met wel 50 hele Mhz. De enige krachtigere computer in het toenmalige Den Haag moet het 60 (!) Mhz monster van mijn neefje zijn geweest, o wat was ik daar jaloers op. Na het nodige "dir command"- gedoe kon ik dan vierkante monsters aan flarden schieten, helemaal geweldig.
Toen de 8-bit Nintendo ! Waar had ik nog een PC voor nodig ? (aangezien ik en mijn neefje geen internet hadden)........Duckhunt tot in de late uurtjes, en Japanse cartridges met iets van 200+ spelletjes erop, inclusief het geniale schietspel Contra. Om het in zijn volle glorie te spelen, zie:
http://nintendo8.com/game/60/contra/
Toen kwam de 16 bit, met Mario Kart als absolute topper. Battle na battle probeerde ik met groen en roodgekleurde schildpadomhulsels mijn tegenstanders te raken, terwijl ik zelf probeerde de vele bananenschillen te ontwijken.
Ik bleef Nintendo trouw en vroeg een Nintendo 64 aan sinterklaas, want dat kan als je een zusje hebt dat nog in de sint geloofd :) Hierop werd natuurlijk weer flink gekart samen met Mario en consorten, maar het aller, aller, allervetst was natuurlijk vier controllers regelen en Golden Eye spelen met remote detonated mines !
Voorbeeld 4-player Gouden Oog:
http://www.youtube.com/watch?v=YZeCjNeyEkY
Toen kwam er een Playstation 2, want ik was te stoer geworden voor dat kinderachtige Nintendo gedoe. Op deze console werd Medal of Honour helemaal grijsgespeeld door mij en een vriend, die nu voor het egggie soldaatje speelt in Afghanistan. Soms ging het tot een uurtje of 6 s'ochtends door, en dan vooral bij de sniperlevels (U-Boot level !). Tevens werd er voor het eerst een Pro Evolution Soccer gespeeld, nog steeds het superieure voetbalspel op de console. Net nog even Real Madrid geklopt met deel 9.....jummie !
Tussen de consoles door werd er af en toe ook flink gegamed op de PC. Titels als Sim City en Command & Conquer leenden zich beter voor het PC-format. Ook shooters als Rainbow 6 speelden beter met een muis.
Vanaf een jaar of 16-17 begon ik steeds minder te gamen. De PS 2 was dan ook de laatste console die ik ooit heb gekocht. Vrienden gingen door met een X-Box, later een 360. Daarna kocht een vriend van mij, die om de hoek woont, er ook een PS 3 bij, met een 101 CM Sony Brava scherm om het af te maken. Ja dat is wel even lekker gamen !
Nu speel ik daar wel eens wat, vooral Call of Duty 4 op de PS3 (online multiplayer), en Pro Evo 9.
COD 4 online :
http://www.youtube.com/watch?v=8vPW3an6Tac
Ik heb altijd dus wel gegamed, maar mijn gamegedrag is van gemiddeld per dag één of twee uurtjes, naar om de paar dagen een paar uurtjes gegaan. Thuis game ik nooit, bij vrienden wel. Ik heb altijd al een zwak gehad voor shooters, en dan het liefst "realistische" shooters, dus met wapens die ik kan herkennen in plaats van pulserende alien dingen (Unreal e.d.). Ook heb ik altijd al liever met anderen samen gegamed. In mijn eentje heb ik niet veel game-uren gemaakt, met vrienden des te meer, en dan het liefst luid schreeuwend en tierend elkaar het leven zuur maken met bommen en granaten (of schildpaddenomhulsels natuurlijk). Gamen heeft voor mij dus altijd al een socialiserend aspect gehad.
Dit in tegenstelling tot een gameverslaafde vriend van mij, die normaal gesproken de hele dag en nacht "game-smoked". Dit betekend: Met een blikje Docter Peppers op de bank zitten, zes blowtjes per dag roken en console-games spelen tot de vogels weer beginnen te fluiten. Wat hem enigszins nog aan banden legt is zijn (WO) studie rechten, waarvoor hij ineens heel veel punten moest halen (gamen ging vóór leren), en het feit dat mensen om hem heen er hem steeds op aan blijven spreken. Het gaat steeds ietsje beter geloof ik, maar het blijft een serieus probleem omdat het hem aan sociale interactie met "fysiek aanwezige" mensen onttrekt.
Ik heb altijd al veel interesse gehad in (sub)culturen, en vanuit mijn Nieuwe Media-achtergrond leek het mij leuk om allebei deze interesses aan elkaar te koppelen. Dit bracht mij dus eigenlijk logischerwijs bij het vak Nieuwe Media en Populaire Cultuur, ofwel : GAMESTUDIES !!
Toen de 8-bit Nintendo ! Waar had ik nog een PC voor nodig ? (aangezien ik en mijn neefje geen internet hadden)........Duckhunt tot in de late uurtjes, en Japanse cartridges met iets van 200+ spelletjes erop, inclusief het geniale schietspel Contra. Om het in zijn volle glorie te spelen, zie:
http://nintendo8.com/game/60/contra/
Toen kwam de 16 bit, met Mario Kart als absolute topper. Battle na battle probeerde ik met groen en roodgekleurde schildpadomhulsels mijn tegenstanders te raken, terwijl ik zelf probeerde de vele bananenschillen te ontwijken.
Ik bleef Nintendo trouw en vroeg een Nintendo 64 aan sinterklaas, want dat kan als je een zusje hebt dat nog in de sint geloofd :) Hierop werd natuurlijk weer flink gekart samen met Mario en consorten, maar het aller, aller, allervetst was natuurlijk vier controllers regelen en Golden Eye spelen met remote detonated mines !
Voorbeeld 4-player Gouden Oog:
http://www.youtube.com/watch?v=YZeCjNeyEkY
Toen kwam er een Playstation 2, want ik was te stoer geworden voor dat kinderachtige Nintendo gedoe. Op deze console werd Medal of Honour helemaal grijsgespeeld door mij en een vriend, die nu voor het egggie soldaatje speelt in Afghanistan. Soms ging het tot een uurtje of 6 s'ochtends door, en dan vooral bij de sniperlevels (U-Boot level !). Tevens werd er voor het eerst een Pro Evolution Soccer gespeeld, nog steeds het superieure voetbalspel op de console. Net nog even Real Madrid geklopt met deel 9.....jummie !
Tussen de consoles door werd er af en toe ook flink gegamed op de PC. Titels als Sim City en Command & Conquer leenden zich beter voor het PC-format. Ook shooters als Rainbow 6 speelden beter met een muis.
Vanaf een jaar of 16-17 begon ik steeds minder te gamen. De PS 2 was dan ook de laatste console die ik ooit heb gekocht. Vrienden gingen door met een X-Box, later een 360. Daarna kocht een vriend van mij, die om de hoek woont, er ook een PS 3 bij, met een 101 CM Sony Brava scherm om het af te maken. Ja dat is wel even lekker gamen !
Nu speel ik daar wel eens wat, vooral Call of Duty 4 op de PS3 (online multiplayer), en Pro Evo 9.
COD 4 online :
http://www.youtube.com/watch?v=8vPW3an6Tac
Ik heb altijd dus wel gegamed, maar mijn gamegedrag is van gemiddeld per dag één of twee uurtjes, naar om de paar dagen een paar uurtjes gegaan. Thuis game ik nooit, bij vrienden wel. Ik heb altijd al een zwak gehad voor shooters, en dan het liefst "realistische" shooters, dus met wapens die ik kan herkennen in plaats van pulserende alien dingen (Unreal e.d.). Ook heb ik altijd al liever met anderen samen gegamed. In mijn eentje heb ik niet veel game-uren gemaakt, met vrienden des te meer, en dan het liefst luid schreeuwend en tierend elkaar het leven zuur maken met bommen en granaten (of schildpaddenomhulsels natuurlijk). Gamen heeft voor mij dus altijd al een socialiserend aspect gehad.
Dit in tegenstelling tot een gameverslaafde vriend van mij, die normaal gesproken de hele dag en nacht "game-smoked". Dit betekend: Met een blikje Docter Peppers op de bank zitten, zes blowtjes per dag roken en console-games spelen tot de vogels weer beginnen te fluiten. Wat hem enigszins nog aan banden legt is zijn (WO) studie rechten, waarvoor hij ineens heel veel punten moest halen (gamen ging vóór leren), en het feit dat mensen om hem heen er hem steeds op aan blijven spreken. Het gaat steeds ietsje beter geloof ik, maar het blijft een serieus probleem omdat het hem aan sociale interactie met "fysiek aanwezige" mensen onttrekt.
Ik heb altijd al veel interesse gehad in (sub)culturen, en vanuit mijn Nieuwe Media-achtergrond leek het mij leuk om allebei deze interesses aan elkaar te koppelen. Dit bracht mij dus eigenlijk logischerwijs bij het vak Nieuwe Media en Populaire Cultuur, ofwel : GAMESTUDIES !!
Abonneren op:
Posts (Atom)